|
|
Gepost door Margaretha in Untagged
|
|
‘Rozengeur en maneschijn’ heette hun eerste duo-expositie. Zo’n titel zet al meteen de toon: het gaat hier om nostalgie met een knipoog.
Vanaf 14 oktober tot en met 12 november 2006 was het werk van Nelleke Ponsteen (Nunspeet, 1958) en Adrie van Zalk (Elspeet, 1955) te bezichtigen in de Catharinakapel te Harderwijk.
Beiden volgden de studierichting Vrije Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem. Ondanks hun uitgebreide lijst met wapenfeiten wordt dit de eerste keer dat ze behalve als echtpaar ook als nauw samenwerkende collega’s naar buiten treden.
door Margaretha Coornstra
Ja, ze zaten allebei op dezelfde kunstacademie. En nee, daar hebben ze elkaar niet leren kennen. Nelleke lag nog in de kinderwagen waarmee haar moeder langs de ouderlijke woning van Adrie kuierde, toen die als dreumes van drie voor het raam stond te wuiven. Vijftien jaar later pas kwam het tot een echt gesprek. En nu zijn ze alweer dertig jaar samen.
Nelleke Ponsteen baseert haar acrylschilderijen op oude familiekiekjes.
“Die breng ik eerst terug tot kleurvlakken,” licht ze toe.“Via de kleur wil ik dan weer accentueren wat voor mij de essentie is.” Adrie: “Op die manier vergroot je details uit, die de kijker anders meestal ontgaan. Bijvoorbeeld een kind dat bij nader inzien toch nèt een beetje verdrietig kijkt. Zo krijgt de afbeelding een extra lading.”
Het werk van schilderes Nelleke en multimedia-kunstenaar Adrie vertoont onmiskenbaar verwantschap. Beiden zijn ze voornamelijk figuratief bezig, al vervormen ze de realiteit naar eigen inzicht.
Motieven en personages uit Nellekes pop-art-collages keren terug in de korte films van Adrie. Ook gebruiken ze vaak dezelfde kleuren: veel roze, paars, felgroen en kobaltblauw. Toch wordt de strekking daardoor niet automatisch vrolijk. Vooral de woordenloze filmverhaaltjes van Adrie hebben een tragikomische ondertoon. Heimwee en humor strijden om de voorrang. Iets wat hijzelf bevestigt noch ontkent, omdat hij de interpretatie nadrukkelijk aan de kijker wil overlaten.
Ze werken veel samen. Niet alleen fungeren ze als elkaars model, ook verwerken ze dezelfde foto’s, oud speelgoed en andere ‘gevonden voorwerpen’ in hun creaties.
“Maar het belangrijkste is toch dat we steeds van gedachten wisselen en elkaar bevragen,” vindt Nelleke.
Adrie stemt daar grif mee in: “De technische mogelijkheden van de computer zijn vrijwel onbeperkt. Als je in je eentje zit te experimenteren, kan die techniek een loopje met je nemen. Dan is het wel handig om iemand naast je te hebben die vraagt: zeg, waar gáát dit eigenlijk over?”
Nelleke: “Maar ook als we naar een museum zijn geweest, hebben we naderhand eindeloze gesprekken: wat vond jij er nou spannend aan en waarom? Het blijft wederzijds inspireren en stimuleren. We raken nooit uitgepraat.”
© Margaretha Coornstra, Wegener Media, 2006